Indeling van robotica

‘Down the rabbit hole’

Door – Sjoerd Wierenga

Een ieder die zich begint te verdiepen in robotica voelt zich al snel een beetje à la Alice in Wonderland: ‘down the rabbit hole’. In dit artikel gaan we de ‘rabbithole’ in, wordt de complexiteit van structuur geïllustreerd, maar doen we desondanks toch een poging om vat te krijgen op de wirwar aan de moderne wonderen van de robotica.

Is dit zo complex dan? Ja, dat is ingewikkeld. Om het te illustreren: denkt u eens aan de ontwikkeling van de mobiele telefoon. Eerst was het enkel een communicatiemiddel, daarna was een communicatiemiddel waarmee je snake kon spelen en tegenwoordig is het een rekenmachine, agenda, foto- en videocamera, plattegrond, waterpas, kookwekker, alarmklok, radio en… ach natuurlijk, ook nog een communatiemiddel. Het is ingewikkeld om technologie te vatten in vastigheid, als deze technologie zelf razendsnel verandert.

Het is ingewikkeld om technologie te vatten in vastigheid, als deze technologie zelf razendsnel verandert.

Desondanks is het belangrijk om grip te krijgen. Het helpt bij het doorzien van de ontwikkeling, maar ook bij het plaatsen van actualiteit. En daarom wordt er serieus nagedacht over een zinnige onderverdeling.

In 2008 hebben tientallen onderzoekers zich in een internationale werkgroep gebogen over de belangrijkste innovatie gebieden en de thema’s waar zij onder te vatten zijn. Deze experts hebben onder aanvoering van TNO een vijftal thema’s geformuleerd.

  • Robotica voor medische interventie
  • Robotica voor ondersteuning bij professionele zorg
  • Robotica ter ondersteuning bij preventieve therapie en diagnostiek
  • Robotica als ondersteunende technologie
  • Robotica voor rehabilitatie

Binnen bovenstaande thema’s werden vervolgens een 21-tal innovatie gebieden geïdentificeerd, hetgeen uiteindelijk heeft geleid tot onderstaand schema.

Het schema is een behoorlijk volledige weergave van de ontwikkelingen, slim ondergebracht binnen een aantal relevante thema’s. Het leende zich uitstekend om een richting te bepalen op basis waarvan Europese gelden in de jaren na 2008 werden, en nog steeds worden, verstrekt.

Maar het schema leent zich minder om de huidige, en zeker de toekomstige, robotica mee in te delen. Momenteel wordt er onderzoek gedaan naar robotica die ouderen bijstaat in het houden van dagritme, die in staat is om objecten te ‘manipuleren’ (verplaatsen) en bovendien ouderen kan monitoren (denk bijvoorbeeld aan valdetectie). Waar plaatsen we een dergelijke robot in het schema? En in parallel met de analogie van de mobiele telefoon: het wordt enkel complexer wanneer robotica zich verder blijft door ontwikkelen.

Het doet mij denken aan de wet van Ashby. Ashby stelde: “Only variety beats variety.”. Hieruit volgt bijvoorbeeld dat organisaties in dynamische omgevingen (zoals organisaties in de zorg) flexibel moeten zijn om te blijven functioneren in de veranderlijke sector. Maar er volgt ook uit dat de dynamiek van aldoor ontwikkelende robotica lastig gevat kan worden in statische concepten. Met andere woorden: om een houdbare indeling te maken, moet we denken in concepten die de dynamiek van robotica kunnen borgen.

Een manier om dit te doen is om uit te gaan van interpretatieve flexibiliteit, waarbij we de robot definiëren aan de hand van de context waarin het wordt ingezet, de gebruikers van de robot en de taak die de robot in een situatie is toebedeeld. Zo spreken we van een sociale robot als deze wordt ingezet om het gesprek tussen bezoekers van de dagopvang te stimuleren, maar wanneer dezelfde robot wordt ingezet om de warming-up van het zitdansen te verzorgen is het wellicht meer een (fysio)therapierobot. U kent het idee van interpretatieve flexibiliteit uit uw eigen leven: op uw werk bent u beleidsadviseur, maar thuis bent u wellicht vader of moeder.

Een manier om dit te doen is om uit te gaan van interpretatieve flexibiliteit.

Door robotica te duiden vanuit de interpretatieve flexibiliteit beperken we ons niet onnodig tot ontoereikende categoriën. Tegelijkertijd blijft duiding ermee aan de oppervlakte. Om diepte te geven kunnen we kijken naar relevante variabelen, zoals we dat bijvoorbeeld ook doen wanneer we een nieuwe laptop uitzoeken. Hoeveel geheugen? Wat is de schermdiagonaal? Welke software is aanwezig?

De vraag is vervolgens welke variabelen relevant zijn en hoe we deze moeten uitwerken. Neem mobiliteit als voorbeeld. Zeggen we daarover: deze robot heeft twee benen. Of zeggen we: deze robot kan traplopen.

Het voorbeeld illustreert de complexiteit van het indelen van robotica. Voortschrijdende technologische mogelijkheden maken een statische onderverdeling ingewikkeld en wanneer we flexibele conceptualisering gebruiken loert het gevaar van oppervlakkigheid. Hoe we de diepte gaan duiden is lastig te voorzien, omdat de variabelen waarmee dat mogelijk is talrijk zijn.

Het is goed mogelijk dat we de komende jaren nog goed verder kunnen met benoeming als ‘social robot’ of ‘logistical robot’. Maar binnen vijf tot tien jaar komt er robotica op de markt welke zich niet zo eenvoudig laat vatten. Als we de robot tegen die tijd een schema uit 2008 presenteren horen we wellicht nog een andere referentie naar Alice in Wonderland: “It’s no use going back to yesterday, because I was a different person then.”.

It’s no use going back to yesterday, because I was a different person then.

Robotica verandert en het is tijd om met ideeën te komen waar mensen iets aan hebben en die tegelijkertijd recht doen aan de veelzijdigheid van de robotica. Suggesties zijn welkom!